Vocabulario
145 palabras · página 6 de 6
de griepA2
gripe
Half kantoor heeft de griep.
de griepprikA2
vacuna de la gripe
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.
grijsA1
gris
De lucht is vandaag grijs.
de groeiB1
crecimiento
De groei van de economie was dit jaar klein.
groeienA2
groeide · zijn gegroeid
crecer
De tomaten groeien goed in de warme kas.
groenA1
verde
Het licht is groen, je mag gaan.
het groengebiedB1
zona verde
Er komt een nieuw groengebied bij de wijk.
de groenstrookB1
franja verde
Langs de weg ligt een brede groenstrook.
de groenteA2
verdura
Eet elke dag genoeg groente.
de groenvoorzieningB1
zonas verdes públicas
De gemeente onderhoudt de groenvoorziening.
de groepA1
grupo
De groep vertrekt om negen uur met de bus.
de groepslesA2
clase en grupo
Een groepsles is goedkoper dan privéles.
de groetB1
saludo
Ik eindig mijn e-mail altijd met een vriendelijke groet.
groetenA2
groette · hebben gegroet
saludar
Groet je buren als je ze tegenkomt.
de grondB1
suelo, tierra
De grond is nat na al die regen.
het grondwaterB1
agua subterránea
Het grondwater staat hier hoog.
de grondwetA2
constitución
Dat recht staat in de grondwet.
grootA1
grande
Zij wonen in een groot huis.
de grootmoederA2
abuela (formal)
Mijn grootmoeder is geboren in een dorp in Friesland.
de grootvaderA2
abuelo (formal)
Mijn grootvader werkte vroeger als visser op zee.

