Vocabulario
289 palabras · página 11 de 12
gratisA1
gratis
De eerste les is gratis.
de grensA2
frontera; límite
Bij de grens met Duitsland is geen controle meer.
de grenscontroleB2
control fronterizo
Bij de grenscontrole liet hij zijn paspoort zien.
de grensregioB2
región fronteriza
In de grensregio werken veel mensen over de grens.
de griepA2
gripe
Half kantoor heeft de griep.
de griepprikA2
vacuna de la gripe
Ouderen krijgen elk jaar een griepprik.
grijpenB2irregular
greep · grepen · hebben gegrepen
agarrar
Hij greep snel zijn tas en rende naar de bus.
grijsA1
gris
De lucht is vandaag grijs.
grijzendB2
encanecido
Een man met grijzend haar.
de grimeurB2
maquillador
De grimeur maakte hem twintig jaar ouder.
de groeiB1
crecimiento
De groei van de economie was dit jaar klein.
het groeicijferB2
cifra de crecimiento
Het groeicijfer viel lager uit dan verwacht.
de groeicurveB2
curva de crecimiento
Zijn groeicurve loopt keurig mee.
groeienA2
groeide · zijn gegroeid
crecer
De tomaten groeien goed in de warme kas.
het groeiseizoenB2
período de crecimiento
Het groeiseizoen is door de warmte langer geworden.
de groeispurtB2
estirón
In de puberteit volgt een groeispurt.
groenA1
verde
Het licht is groen, je mag gaan.
het groenafvalB2
residuos vegetales
Groenafval gaat in de groene bak.
het groengebiedB1
zona verde
Er komt een nieuw groengebied bij de wijk.
de groenstrookB1
franja verde
Langs de weg ligt een brede groenstrook.
de groenteA2
verdura
Eet elke dag genoeg groente.
de groenvoorzieningB1
zonas verdes públicas
De gemeente onderhoudt de groenvoorziening.
de groepA1
grupo
De groep vertrekt om negen uur met de bus.
het groepsgevoelB2
sentimiento de grupo
Het groepsgevoel in de klas is sterk.
de groepslesA2
clase en grupo
Een groepsles is goedkoper dan privéles.

