Vocabulario
8 palabras · página 1 de 1
eensA2
alguna vez; (partícula suavizadora)
Kom eens langs als je tijd hebt.
eerderA2
antes; más bien
Kun je morgen iets eerder komen?
eergisterenA1
anteayer
Eergisteren was ik bij de dokter.
eerstA1
primero, en primer lugar
Ik ga eerst douchen.
eigenlijkA1
en realidad
Eigenlijk vind ik het geen goed idee.
ergA1
muy; grave
Dat is erg vervelend.
ergensA2
en algún sitio
Mijn sleutels liggen hier ergens.
evenA1
un momento
Wacht even, ik kom eraan.

