Vocabulario
158 palabras · página 6 de 7
etenA1irregular
at · aten · hebben gegeten
comer
Wij eten meestal om zes uur.
het eten
comida
Nederlands eten is soms heel simpel.
de ethiekB2
ética
De ethiek van dit onderzoek is omstreden.
het etiketA2
etiqueta
Kijk even op het etiket.
het eufemismeB2
eufemismo
'Reorganisatie' is vaak een eufemisme voor ontslagen.
de euforieB2
euforia
Na de overwinning heerste er euforie.
de euroA1
euro
De euro is in twintig landen betaalmiddel.
het EuroparlementB2
Parlamento Europeo
Het Europarlement stemde tegen het voorstel.
de eurozoneB2
eurozona
Niet elk EU-land hoort bij de eurozone.
het evacuatieplanB2
plan de evacuación
Het evacuatieplan wordt jaarlijks geoefend.
de evaluatieB1
evaluación
Na het project volgt een evaluatie.
evaluerenB2
evalueerde · hebben geëvalueerd
evaluar
Aan het eind evalueren we het project.
evenA1
un momento
Wacht even, ik kom eraan.
eveneensB2
asimismo (también)
Haar broer studeert eveneens rechten in Leiden.
het evenementB1
evento
Het evenement trekt duizenden bezoekers.
evenwelB2
no obstante (formal)
De opzet is helder; de uitwerking evenwel niet.
het evenwichtsgevoelB2
sentido del equilibrio
Haar evenwichtsgevoel is verstoord.
het examenB1
examen
Het examen is over twee weken.
de examencommissieB2
comisión de exámenes
De examencommissie beoordeelt je verzoek.
de examenkostenB1
tasas de examen
De examenkosten betaal je zelf.
de examenstofB1
temario del examen
De examenstof staat in de studiegids.
de examenstressB1
estrés de exámenes
Veel studenten hebben last van examenstress.
de examentrainingB1
curso de preparación del examen
De examentraining duurt vier weken.
de examenuitslagB1
resultado del examen
De examenuitslag komt over vier weken.
de examenvoorbereidingB1
preparación del examen
De examenvoorbereiding duurt twee maanden.
de examenvraagB1
pregunta de examen
Elke examenvraag heeft vier antwoorden.

