Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

8 palabras · página 1 de 1

  • deelnemenB1separableirregular

    nam deel · namen deel · hebben deelgenomen

    participar

    Iedereen kan aan de cursus deelnemen.

  • doorgaanB1separableirregular

    ging door · gingen door · zijn doorgegaan

    celebrarse; continuar

    Door de regen kan de markt vandaag niet doorgaan.

  • doorgevenB1separableirregular

    gaf door · gaven door · hebben doorgegeven

    transmitir

    Kun je dat aan je collega doorgeven?


    comunicar, notificar (datos)

    Geef een adreswijziging door aan de gemeente.

  • doorgroeienB2separable

    groeide door · zijn doorgegroeid

    progresar profesionalmente

    Binnen dit bedrijf kun je snel doorgroeien.

  • doorschakelenB2separable

    schakelde door · hebben doorgeschakeld

    pasar la llamada

    Ik schakel u door naar mijn collega.

  • doorverbindenB1separableirregular

    verbond door · verbonden door · hebben doorverbonden

    pasar la llamada

    Ik verbind u door met de juiste afdeling.

  • doorverwijzenB1separableirregular

    verwees door · verwezen door · hebben doorverwezen

    derivar

    De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.

  • doorvragenB2separableirregular

    vroeg door · vroegen door · hebben doorgevraagd

    repreguntar

    Door goed door te vragen kwam de waarheid boven.