Vocabulario
112 palabras · página 5 de 5
duidelijkA1
claro
Is het nu duidelijk?
duikenB1irregular
dook · doken · hebben/zijn gedoken
bucear, zambullirse
De jongens duiken van de brug in het water.
duizendA1
mil
Er kwamen duizend bezoekers.
dunA1
fino, delgado
Snijd het brood dun.
durenA2
duurde · hebben geduurd
durar
Hoe lang duurt de les?
durvenA1
durfde · hebben gedurfd
atreverse
Ik durf het niet te vragen.
dusA1
así que
Het is laat, dus ik ga naar huis.
duurA2
caro
Die telefoon is te duur.
de duur
duración
De duur van de cursus is zes maanden.
duurzaamA2
sostenible
Ze zoeken een duurzame oplossing.
de dvdA2
DVD
We kijken vanavond samen naar een oude dvd.
dweilenA2
dweilde · hebben gedweild
fregar el suelo
De vloer moet nog gedweild worden.
dwingenB1irregular
dwong · dwongen · hebben gedwongen
obligar, forzar
Niemand kan je dwingen om te stoppen met je studie.

