Vocabulario
26 palabras · página 1 de 2
het cadeauA1
regalo
Voor zijn verjaardag kreeg hij een mooi cadeau.
het caféA2
café, bar
We spreken af in het café op de hoek.
de cameraA2
cámara
In de winkel hangen overal camera's.
de cdA2
CD, disco compacto
Mijn vader luistert in de auto nog naar een cd.
het centrumA1
centro (de la ciudad)
Ik woon tien minuten van het centrum.
de champignonA1
champiñón
In de saus zitten champignons.
de chauffeurA2
conductor
Vraag het even aan de chauffeur.
de chocoladeA1
chocolate
Zij houdt van donkere chocolade.
de cijferlijstA2
lista de notas
Op de cijferlijst staan al je resultaten.
de citroenA1
limón
Doe wat citroen in het water.
de clubA2
club
Ik ben sinds kort lid van een club voor hardlopers.
de codeA2
código
Vul de code in die je per sms hebt gekregen.
de collegaA2
colega
Mijn collega helpt mij graag.
het collegeA2
clase (universitaria)
Het college begint om negen uur.
de computerA1
ordenador
Mijn computer is heel langzaam.
de conclusieA2
conclusión
Wat is jouw conclusie?
de conducteurA2
revisor
De conducteur controleerde de kaartjes.
het conflictA2
conflicto
Het conflict liep hoog op.
het consultatiebureauA2
centro de salud infantil
Op het consultatiebureau wordt je kind gewogen.
het contactA1
contacto
Ik heb nog geen contact met hem gehad.
het contractA2
contrato
Ik heb het contract nog niet getekend.
de controleA2
revisión
Over drie maanden komt u terug voor controle.
de cultuurA1
cultura
Elke cultuur kent eigen omgangsvormen.
het cursusgeldA2
matrícula del curso
Het cursusgeld betaal je vooraf.
de cursusleiderA2
coordinador del curso
De cursusleider legt het programma uit.

