Vocabulario
23 palabras · página 1 de 1
bangA2
asustado
Ik ben bang voor honden.
bekendA2
conocido
Deze zanger is in heel Nederland bekend.
bekwaamB1
competente
Zij is heel bekwaam in haar vak.
belachelijkB1
ridículo
Wat een belachelijk hoge prijs voor een kop koffie!
belangrijkA1
importante
Dit is een belangrijke brief.
beleefdB1
cortés
Hij antwoordde kort maar beleefd.
benieuwdB1
con curiosidad, intrigado
Ik ben benieuwd naar de uitslag van het examen.
beroemdA2
famoso
Hij is een beroemde zanger in zijn eigen land.
beschikbaarA2
disponible
Er is nog één plaats beschikbaar.
betaalbaarA2
asequible
Een betaalbare woning is moeilijk te vinden.
betrokkenB1
implicado
Alle medewerkers zijn bij het plan betrokken.
bewustB1
consciente; a propósito
Ik eet de laatste tijd bewuster en gezonder.
bezetA1
ocupado
Deze plaats is bezet.
bezigA1
ocupado (haciendo algo)
Ik ben nu even bezig.
bijzonderA2
especial, extraordinario
Het was een bijzondere dag voor onze familie.
biologischA2
biológico, orgánico
Deze groente is biologisch geteeld.
bitterA2
amargo
Zwarte koffie smaakt bitter.
blauwA1
azul
De lucht is vandaag blauw.
blijA1
contento
Ik ben blij met het resultaat.
boosA2
enfadado
Hij was boos op zijn collega.
breedA1
ancho
Dit is een brede straat.
bruinA1
marrón
Ik eet liever bruin brood.
buitenlandsB1
extranjero
Op onze school leren veel buitenlandse studenten Nederlands.

