Vocabulario
253 palabras · página 3 de 11
het behandelplanB1
plan de tratamiento
De arts stelde een behandelplan op.
de behoefteB1
necesidad
Kinderen hebben behoefte aan rust en regelmaat.
behoorlijkB1
bastante, considerablemente
Het is behoorlijk koud vandaag, trek een jas aan.
beideA2
ambos (+ sustantivo)
Beide kinderen gaan naar dezelfde school.
bekendA2
conocido
Deze zanger is in heel Nederland bekend.
bekijkenA2irregular
bekeek · bekeken · hebben bekeken
contemplar, ver con atención
Wil je de foto's van de vakantie bekijken?
bekwaamB1
competente
Zij is heel bekwaam in haar vak.
de belA1
timbre
De bel doet het niet.
belachelijkB1
ridículo
Wat een belachelijk hoge prijs voor een kop koffie!
het belangB1
importancia; interés
Hij begrijpt het belang van een goede opleiding.
belangrijkA1
importante
Dit is een belangrijke brief.
de belastingA2
impuesto
Je moet elk jaar belasting aangeven.
de belastingaangifteB1
declaración de la renta
De belastingaangifte moet voor 1 mei binnen zijn.
de belastingdienstA2
agencia tributaria
De belastingdienst stuurt in maart een brief.
de belastingteruggaveB1
devolución de impuestos
Ik kreeg een belastingteruggave van 400 euro.
beleefdB1
cortés
Hij antwoordde kort maar beleefd.
de beleefdheidsvormB1
fórmula de cortesía
Gebruik in formele brieven een beleefdheidsvorm.
het beleidA2
política (medidas)
Het beleid van de gemeente is veranderd.
belevenA2
beleefde · hebben beleefd
vivir (una experiencia)
Iedereen beleeft zo'n dag anders.
bellenA1
belde · hebben gebeld
llamar (por teléfono)
Ik bel je vanavond na het eten.
belovenB1
beloofde · hebben beloofd
prometer
Hij beloofde het morgen af te maken.
benaderenB1
benaderde · hebben benaderd
dirigirse a
U kunt ons per e-mail benaderen.
benedenA2
abajo (en la planta baja)
De keuken is beneden en de slaapkamers zijn boven.
benieuwdB1
con curiosidad, intrigado
Ik ben benieuwd naar de uitslag van het examen.
de benzineA2
gasolina
De benzine is weer duurder geworden.

