Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4 palabras · página 1 de 1

  • aanbiedenA2separableirregular

    bood aan · boden aan · hebben aangeboden

    ofrecer

    Zij bood aan om te helpen.

  • aankomenA2separableirregular

    kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen

    llegar

    Wij komen om acht uur aan.


    engordar

    Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.

  • afwassenA2separableirregular

    waste af · wasten af · hebben afgewassen

    fregar los platos

    Wie wast er vanavond af?

  • afzeggenA2separableirregular

    zei af · zeiden af · hebben afgezegd

    cancelar (una cita)

    Ik moet de afspraak bij de tandarts afzeggen.