Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

305 palabras · página 8 de 13

  • de agendaA2

    agenda

    Ik zet de afspraak in mijn agenda.

  • het agendapuntB2

    punto del orden del día

    Dit staat als derde agendapunt genoteerd.

  • de agentA2

    policía, agente

    De agent vraagt naar mijn rijbewijs en paspoort.

  • de akkerbouwB2

    agricultura de secano

    In deze provincie overheerst de akkerbouw.

  • het akkoordB1

    acuerdo

    Na lang praten kwamen ze tot een akkoord.

  • alA1

    ya

    Ben je er nu al?

  • de alcoholB1

    alcohol

    Drink geen alcohol bij deze medicijnen.

  • het alcoholgebruikB2

    consumo de alcohol

    Overmatig alcoholgebruik schaadt de lever.

  • aldusB2

    así; según

    Het aantal fietsers stijgt, aldus de onderzoekers.

  • de alfabetiseringB2

    alfabetización

    De cursus begint met alfabetisering.

  • algemeenB1

    general

    In het algemeen ben ik tevreden over mijn werk.

  • het algoritmeB2

    algoritmo

    Het algoritme bepaalt wat je te zien krijgt.

  • het alibiB2

    coartada

    Zijn alibi bleek te kloppen.

  • de alineaB2

    párrafo

    Begin voor elk nieuw idee een alinea.

  • allebeiA1

    ambos

    Wij werken allebei fulltime.

  • alleenA1

    solo; solamente

    Ik woon alleen.

  • alleenstaandA1

    soltero

    Zij is een alleenstaande moeder.

  • allemaalA1

    todos

    We gaan allemaal mee.

  • de allergieA2

    alergia

    Ik heb een allergie voor noten.

  • de allergietestB2

    prueba de alergia

    De allergietest gaf drie positieve uitslagen.

  • allerleiB1

    todo tipo de

    Op de markt kun je allerlei groenten kopen.

  • allerminstB2

    en absoluto

    Dat is allerminst zeker.

  • allesA1

    todo

    Alles is klaar.

  • alsA1

    si, cuando

    Als het regent, blijven we binnen.

  • alsjeblieftA1

    por favor; aquí tienes

    Hier is je koffie, alsjeblieft.