Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

4598 words · page 91 of 184

  • de marketingB2

    marketing

    Zij werkt bij de afdeling marketing.

  • de marktA2

    market

    Op zaterdag is er markt op het plein.

  • het marktaandeelB2

    market share

    Hun marktaandeel is dit jaar gegroeid.

  • de marktintroductieB2

    market launch

    De marktintroductie is uitgesteld.

  • het marktonderzoekB2

    market research

    Uit marktonderzoek bleek weinig belangstelling.

  • de marktontwikkelingB2

    market development

    De marktontwikkeling is moeilijk te voorspellen.

  • de marktwerkingB2

    market forces

    Er is discussie over marktwerking in de zorg.

  • de massaB1

    mass

    De massa van een voorwerp verandert niet.

  • de massageB2

    massage

    Na het sporten gaf de fysiotherapeut mij een massage.

  • de masterB2

    master's degree

    Zij doet een master in de economie.

  • matB2

    matt

    Kies liever een matte verf.


    de mat

    mat, doormat

    Veeg je voeten op de mat voor de deur.

  • de mateB1

    degree, extent

    De mate van stress verschilt per persoon.

  • het materiaalB1

    material

    De docent deelt het materiaal voor de les uit.

  • de materieB1

    subject matter; matter

    Belastingen zijn een lastige materie voor veel mensen.

  • het materieelB2

    equipment, rolling stock

    De NS koopt nieuw materieel voor de treinen.

  • de matigingB2

    moderation

    Matiging werkt beter dan een volledig verbod.

  • het matrasA1

    mattress

    Dit matras is te zacht voor mij.

  • het maximumB1

    maximum

    Het maximum voor deze toeslag is tweehonderd euro.

  • het mboB1

    secondary vocational education

    Na het vmbo gaat hij naar het mbo voor techniek.

  • de medailleB1

    medal

    Zij won een gouden medaille bij het zwemmen.

  • de mededelingB1

    announcement, notice

    Er hangt een mededeling op het prikbord.

  • het mededogenB2

    compassion

    Hij sprak met mededogen over de slachtoffers.

  • het medelevenB2

    sympathy, condolence

    Hij betuigde zijn medeleven aan de familie.

  • het medelijdenB2

    pity, compassion

    Ik had medelijden met hem.

  • de medestudentA2

    fellow student

    Ik oefen samen met een medestudent.