Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

634 words · page 9 of 26

  • hetenA1irregular

    heette · heetten · hebben geheten

    to be called

    Hoe heet jij?

  • hoestenA2

    hoestte · hebben gehoest

    to cough

    Het kind hoest de hele nacht.

  • hoevenA2irregular

    hoefde · hoefden · hebben gehoeven

    to have to (with niet/geen)

    Je hoeft morgen niet naar school te komen.

  • hopenA1

    hoopte · hebben gehoopt

    to hope

    Ik hoop dat het lukt.

  • horenA1

    hoorde · hebben gehoord

    to hear

    Ik hoor je niet goed.


    to belong to, to be part of

    Deze oefening hoort bij hoofdstuk drie.

  • houdenA1irregular

    hield · hielden · hebben gehouden

    to hold; to like (van)

    Ik houd van koffie.

  • huilenA1

    huilde · hebben gehuild

    to cry

    De baby huilt de hele nacht.

  • huiverenB2

    huiverde · hebben gehuiverd

    to shudder

    Bij die gedachte huiver ik.

  • hunkerenB2

    hunkerde · hebben gehunkerd

    to yearn

    Hij hunkert naar rust.

  • hurenA2

    huurde · hebben gehuurd

    to rent

    Wij huren een appartement van een woningcorporatie.

  • implementerenB2

    implementeerde · hebben geïmplementeerd

    to implement

    Het nieuwe systeem wordt in maart geïmplementeerd.

  • imponerenB2

    imponeerde · hebben geïmponeerd

    to impress

    Haar kennis van de stof imponeerde de commissie.

  • informerenB1

    informeerde · hebben geïnformeerd

    to inform; to enquire

    Wij informeren u zodra er nieuws is.

  • inhalenB1separable

    haalde in · hebben ingehaald

    to overtake

    Hier mag je niet inhalen.


    to catch up on, to make up

    Ze moet de gemiste lessen nog inhalen.

  • inleverenA2separable

    leverde in · hebben ingeleverd

    to hand in

    Je moet je huiswerk voor vrijdag inleveren.

  • inloggenA2separable

    logde in · hebben ingelogd

    to log in

    Log in met je e-mailadres.

  • innoverenB2

    innoveerde · hebben geïnnoveerd

    to innovate

    Bedrijven die niet innoveren, verdwijnen.

  • inpakkenA2separable

    pakte in · hebben ingepakt

    to pack; to wrap

    Morgen gaan we op vakantie, dus ik moet nog inpakken.

  • inrichtenA2separable

    richtte in · hebben ingericht

    to furnish

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • zich inschrijvenB1separablereflexiveirregular

    schreef in · schreven in · hebben ingeschreven

    to register, to enrol

    Je kunt je online inschrijven voor de cursus.

  • inspirerenB2

    inspireerde · hebben geïnspireerd

    to inspire

    Haar verhaal heeft veel jonge vrouwen geïnspireerd.

  • instappenA2separable

    stapte in · zijn ingestapt

    to board, to get in

    U kunt achterin instappen.

  • instemmenB1separable

    stemde in · hebben ingestemd

    to agree, to consent

    De meerderheid stemde met het voorstel in.

  • zich interesserenB1reflexive

    interesseerde · hebben geïnteresseerd

    to be interested in

    Hij interesseert zich voor geschiedenis.

  • interpreterenB2

    interpreteerde · hebben geïnterpreteerd

    to interpret

    Deze zin is op twee manieren te interpreteren.