Vocabulary
4598 words · page 78 of 184
de klompenB2
clogs
Op het land droegen boeren klompen.
de kloofB2
gap, divide
De kloof tussen arm en rijk wordt groter.
het kloosterB1
monastery, convent
In het oude klooster wonen nog vijf nonnen.
de klusB1
job, task (practical)
Het schilderen van de keuken was een flinke klus.
de knalB1
bang, explosion
Om middernacht hoorden we een harde knal.
de kneuzingB2
bruise, contusion
Het is geen breuk, alleen een kneuzing.
de knieA1
knee
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
de knoopB1
button
Er is een knoop van het overhemd af.
knot
Hij legt een stevige knoop in het touw.
het knooppuntB2
route junction node
Volg de knooppunten 12, 15 en 21.
de knopA2
button; bud
Druk op de groene knop om te beginnen.
de koeB1
cow
De koeien staan sinds april buiten.
de koekA1
biscuit, cake
Bij de koffie krijg je een koekje.
de koekenpanB2
frying pan
Verhit de koekenpan eerst goed.
de koelkastA1
fridge
De melk staat in de koelkast.
de koelketenB2
cold chain
De koelketen mag nergens onderbroken worden.
de koersB2
rate, course; direction
De koers van de euro is vandaag gestegen.
de koerswinstB2
capital gain
Over koerswinst betaal je hier geen belasting.
de kofferA2
suitcase
Mijn koffer is te zwaar.
de koffieA1
coffee
Zullen we een kopje koffie drinken?
de kogelB1
bullet
De kogel ging gelukkig door de muur heen.
de kokB1
cook, chef
De kok maakt alles zelf klaar.
de kolonieB2
colony
Suriname was tot 1975 een kolonie.
de komkommerA1
cucumber
Snijd de komkommer in plakjes.
de komstB1
arrival, coming
Door de komst van de baby is alles veranderd.
het konijnB2
rabbit
In de duinen zie je veel konijnen.

