Vocabulary
4598 words · page 76 of 184
de kinA1
chin
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
het kindA1
child
Het kind speelt in de tuin.
de kinderartsB2
paediatrician
De kinderarts stelde de ouders gerust.
de kinderbijslagA2
child benefit
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
het kinderboekB2
children's book
Dit kinderboek is in twintig talen vertaald.
de kinderopvangB1
childcare
Onze dochter gaat drie dagen per week naar de kinderopvang.
de kinderziekteB2
childhood illness
Waterpokken is een klassieke kinderziekte.
de kipA1
chicken
Ik eet liever kip dan rundvlees.
de klachtB1
complaint, symptom
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
de klachtafhandelingB2
complaint handling
De klachtafhandeling duurt te lang.
de klachtbriefB1
letter of complaint
Ik heb een klachtbrief naar het bedrijf gestuurd.
het klachtenformulierB1
complaint form
Vul eerst het klachtenformulier in.
de klachtenlijnB2
complaints line
Bel de klachtenlijn als het niet wordt opgelost.
de klachtenprocedureB1
complaints procedure
Elke organisatie heeft een klachtenprocedure.
de klantA2
customer
De klant heeft altijd gelijk.
het klantcontactB1
customer contact
In deze functie heb je veel klantcontact.
de klantenkaartA2
loyalty card
Met een klantenkaart spaar je punten.
de klantenserviceA2
customer service
Bel de klantenservice als het niet werkt.
de klapB2
blow, slap; bang
Het verlies van zijn baan was een harde klap.
de klasA1
class (school group)
In mijn klas zitten studenten uit tien landen.
de klasgenootA2
classmate
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
het klaslokaalA2
classroom
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
de klasseB1
class (quality, category)
Hij reist altijd in de eerste klasse.
de klaverB2
clover
Klaver is goed voor de bodem.
de kledingA2
clothing
In deze winkel verkopen ze kleding voor kinderen.

