Vocabulary
4598 words · page 73 of 184
het kampB1
camp
In de zomer gaan de kinderen een week op kamp.
de kampioenB1
champion
Onze club werd dit jaar kampioen van de regio.
het kampioenschapB1
championship
Ons team won het kampioenschap van de regio.
het kanaalA2
canal
Het kanaal verbindt twee rivieren.
de kandidaatB2
candidate
Er zijn drie kandidaten voor deze baan.
de kaneelA1
cinnamon
Doe wat kaneel op de appels.
de kankerB1
cancer
Roken vergroot de kans op kanker.
de kansA1
chance, opportunity
Dit is een mooie kans voor jou.
de kansengelijkheidB2
equality of opportunity
Kansengelijkheid in het onderwijs staat onder druk.
de kansenongelijkheidB2
inequality of opportunity
Kansenongelijkheid begint al op de basisschool.
de kantA2
side
Aan welke kant van de straat woont u?
de kantineB1
canteen
Tussen de middag eten we in de kantine.
het kantoorA2
office
Ons kantoor is vlak bij het station.
het kantoorartikelB2
office supply
De kantoorartikelen worden centraal besteld.
de kantoortuinB2
open-plan office
In een kantoortuin is het lastig concentreren.
de kantoorurenA2
office hours
Bel tijdens kantooruren.
de kanttekeningB2
caveat, reservation
Bij die conclusie past een kanttekening.
de kapB1
shade; hood; roof
De lamp heeft een nieuwe kap van stof.
de kapelB1
chapel; band (music)
Naast de kerk staat een kleine kapel.
het kapitaalB1
capital
Voor een eigen bedrijf heb je kapitaal nodig.
de kapitaalmarktB2
capital market
De rente op de kapitaalmarkt is gestegen.
de kapiteinB1
captain
De kapitein van het schip sprak de passagiers toe.
de kapperA2
hairdresser
Ik heb morgen een afspraak bij de kapper.
de karB1
cart; car (informal)
De boer trok een kar vol hooi over het land.
het karakterB1
character
Zij heeft een sterk en vrolijk karakter.

