Vocabulary
4398 words · page 70 of 176
de kamA1
comb
Mag ik je kam even lenen?
de kamerA1
room
Mijn kamer is niet zo groot.
chamber (of parliament)
De Tweede Kamer stemt volgende week over de wet.
het KamerlidB2
member of parliament
Een Kamerlid stelde schriftelijke vragen.
het kampB1
camp
In de zomer gaan de kinderen een week op kamp.
de kampioenB1
champion
Onze club werd dit jaar kampioen van de regio.
het kampioenschapB1
championship
Ons team won het kampioenschap van de regio.
het kanaalA2
canal
Het kanaal verbindt twee rivieren.
de kandidaatB1
candidate
Er zijn drie kandidaten voor deze baan.
de kaneelA1
cinnamon
Doe wat kaneel op de appels.
de kansA1
chance, opportunity
Dit is een mooie kans voor jou.
de kansengelijkheidB2
equality of opportunity
Kansengelijkheid in het onderwijs staat onder druk.
de kansenongelijkheidB2
inequality of opportunity
Kansenongelijkheid begint al op de basisschool.
de kantA2
side
Aan welke kant van de straat woont u?
het kantoorA2
office
Ons kantoor is vlak bij het station.
het kantoorartikelB2
office supply
De kantoorartikelen worden centraal besteld.
de kantoortuinB2
open-plan office
In een kantoortuin is het lastig concentreren.
de kantoorurenA2
office hours
Bel tijdens kantooruren.
de kanttekeningB2
caveat, reservation
Bij die conclusie past een kanttekening.
het kapitaalB2
capital
Voor een eigen bedrijf heb je kapitaal nodig.
de kapitaalmarktB2
capital market
De rente op de kapitaalmarkt is gestegen.
het karakterB1
character
Zij heeft een sterk en vrolijk karakter.
de kassaA2
checkout
Bij de kassa is een lange rij.
de kassabonB2
receipt
Bewaar de kassabon voor de garantie.
de kassamedewerkerA2
checkout assistant
De kassamedewerker was heel vriendelijk.
het kassasysteemB2
point-of-sale system
Het kassasysteem lag er een uur uit.

