Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

505 words · page 7 of 21

  • gespierdB2

    muscular

    Hij is klein maar gespierd.

  • gestrestA2

    stressed

    Voor het examen was ik erg gestrest.

  • getrouwdA1

    married

    Zij is al tien jaar getrouwd.

  • gevaarlijkA2

    dangerous

    Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.

  • gevoeligB1

    sensitive

    Zij is erg gevoelig voor kritiek.

  • geweldigA2

    great, wonderful

    Het concert gisteren was echt geweldig!

  • gewondA2

    injured

    Bij het ongeluk raakte niemand gewond.

  • gewoonA1

    ordinary, normal; just

    Het was een gewone dag op kantoor.

  • gezamenlijkB2

    joint, shared

    De buren organiseren een gezamenlijke dag om de straat schoon te maken.

  • gezelligB1

    cosy, sociable

    Het was een gezellige avond.

  • gezetB2

    stout

    Een wat gezette man van vijftig.

  • gezondA2

    healthy

    Hij eet heel gezond.

  • gladB2

    smooth, slippery

    De vloer is glad na het dweilen.

  • glanzendB2

    glossy

    Het papier is glanzend.

  • glutenvrijB2

    gluten-free

    Dit brood is glutenvrij.

  • goedA1

    good

    Het gaat goed met mij.

  • goedkoopA2

    cheap

    Deze winkel is vrij goedkoop.

  • goudenB1

    gold(en)

    Zij kreeg een gouden ketting voor haar verjaardag.

  • grappigA2

    funny

    Mijn broer vertelt altijd grappige verhalen.

  • gratisA1

    free of charge

    De eerste les is gratis.

  • grijsA1

    grey

    De lucht is vandaag grijs.

  • grijzendB2

    greying

    Een man met grijzend haar.

  • groenA1

    green

    Het licht is groen, je mag gaan.

  • grootA1

    big

    Zij wonen in een groot huis.

  • haastigB1

    hasty, hurried

    Hij at haastig zijn brood en rende naar buiten.