Vocabulary
4398 words · page 69 of 176
het jargonB2
jargon
Vermijd jargon als je publiek breed is.
de jasA1
coat
Doe je jas aan, het is koud.
de jeugdB1
youth, childhood
In mijn jeugd speelde ik altijd buiten op straat.
de jeugdzorgB2
youth care
De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.
de jongenA1
boy
Die jongen is mijn zoon.
de journalistA2
journalist
De journalist sprak met meerdere getuigen.
de journalistiekB2
journalism
Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar.
het jubileumB1
anniversary, jubilee
De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.
juliA1
July
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
June
In juni beginnen de examens.
de jurkA1
dress
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.
de juryB1
jury, panel of judges
De jury koos haar tekening als de beste.
de justitieB1
the justice system, judiciary
De zaak is overgedragen aan justitie.
de kaarsA1
candle
Op tafel brandt een kaars.
de kaartA1
card; map
Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.
het kaartjeA2
ticket
Ik heb mijn kaartje al gekocht.
de kaartverkoopB2
ticket sales
De kaartverkoop start morgenochtend.
de kaasA1
cheese
Nederlandse kaas is bekend in de wereld.
de kabelB1
cable
De kabel van mijn oplader is kapot.
de kabeljauwB2
cod
De vangst van kabeljauw is beperkt.
het kabinetA2
cabinet
Het nieuwe kabinet is deze week beëdigd.
de kachelA1
heater, stove
Zet de kachel wat hoger.
het kadasterB2
land registry
Elke woning staat ingeschreven in het kadaster.
het kaderB1
framework, context
In het kader van het project bezoeken we een fabriek.
de kalenderA2
calendar
Ik zet je verjaardag op de kalender in de keuken.

