Vocabulary
4398 words · page 67 of 176
de instantieB1
authority, agency
Neem contact op met de juiste instantie.
het instaptariefB2
introductory rate
Het instaptarief geldt alleen het eerste jaar.
de instellingB1
institution; setting
Hij woont in een instelling voor mensen met een beperking.
de instemmingB2
approval, consent
Het voorstel kreeg brede instemming.
het instituutB1
institute
Zij werkt als onderzoeker bij een instituut voor gezondheid.
de instructieB1
instruction
Lees de instructie voordat je de machine gebruikt.
de instructievideoB2
instructional video
Er is ook een instructievideo van drie minuten.
het instrumentB1
instrument
Mijn zoon wil graag een instrument leren spelen, bijvoorbeeld gitaar.
de integratieB2
integration
Taal speelt een grote rol bij integratie.
de integratiecursusB1
integration course
Hij volgt een integratiecursus bij de gemeente.
de interactieB2
interaction (contact)
Er is veel interactie tussen de leraar en de leerlingen.
de interesseB1
interest
Zij heeft veel interesse in geschiedenis.
het interieurB1
interior
Het interieur van het huis is modern en licht.
het internetB2
internet
Bijna alles wordt tegenwoordig via internet geregeld.
de interpretatieB2
interpretation
Er is meer dan één interpretatie mogelijk.
de interpunctieB2
punctuation
Door foute interpunctie verandert de betekenis.
het interviewA2
interview
Het interview duurde een half uur.
de intolerantieB2
intolerance
Een intolerantie is iets anders dan een allergie.
de intonatieB2
intonation
De intonatie bepaalt de betekenis.
de introductieB2
introduction (welcome)
In de eerste week is er een introductie voor nieuwe studenten.
de invalB2
raid; idea
De politie deed een inval in een woning.
de invalshoekB2
angle, perspective
Elke krant koos een andere invalshoek.
de inventarisatieB2
stocktaking, inventory
In januari volgt de jaarlijkse inventarisatie.
de investeerderB2
investor
Het bedrijf zoekt een nieuwe investeerder.
de investeringB2
investment
Deze investering verdient zich in vijf jaar terug.

