Vocabulary
4398 words · page 53 of 176
de gesprekstechniekB1
conversation technique
Op de cursus leer je gesprekstechnieken.
de gestalteB2
figure, build
In het donker zag ik een gestalte.
het getalA1
number (numeral)
Schrijf het getal in cijfers.
het getijdeB2
tide
Het getijde bepaalt wanneer je kunt varen.
de getijdenwerkingB2
tidal action
De getijdenwerking vormt de zandbanken.
de getuigeB2
witness
De getuige legde een verklaring af.
het gevaarB1
danger
Bij dit weer is er gevaar voor gladheid.
het gevalB1
case
In dat geval bel ik je morgen terug.
de gevangenisA2
prison
Hij zat twee jaar in de gevangenis.
de gevelB2
facade
De gevel van het oude huis wordt geschilderd.
het gevoelA1
feeling
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
de gevoeligheidB2
sensitivity
Zijn gevoeligheid voor kritiek is groot.
het gevoelslevenB2
emotional life
Over zijn gevoelsleven praat hij zelden.
de gevoelstemperatuurB2
wind-chill temperature
De gevoelstemperatuur ligt vijf graden lager.
het gevolgA2
consequence
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
het gewasB2
crop
Elk gewas heeft eigen eisen.
de gewasbeschermingB2
crop protection
De regels voor gewasbescherming zijn strenger geworden.
het geweldB1
violence
Geweld tegen hulpverleners wordt streng bestraft.
het gewichtB1
weight
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
de gewoonteA2
habit
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
het gewrichtB2
joint
Mijn gewrichten doen 's ochtends pijn.
het gezagB1
authority (power)
De politie heeft het gezag op straat.
de gezelligheidB1
conviviality, cosiness
Ik kom vooral voor de gezelligheid.
het gezelschapB1
company (people)
Hij houdt van gezelschap.
het gezelschapsspelB1
board game
's Avonds doen we een gezelschapsspel.

