Vocabulary
3981 words · page 41 of 160
het feitA1
fact
Scheid feiten van meningen.
de felicitatieB2
congratulations
Mijn felicitaties met je diploma.
het festivalA2
festival
Elke zomer is er een festival in het park.
de fietsA2
bicycle
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.
de fietsenstallingA2
bicycle parking
Zet je fiets in de fietsenstalling.
de fietserA2
cyclist
Let goed op de fietser als je rechts afslaat.
het fietspadB1
cycle path
Fiets alsjeblieft op het fietspad.
de fietspompA2
bicycle pump
Heb je een fietspomp voor me?
de fietsrouteA2
cycle route
Deze fietsroute gaat door het bos.
het fietsslotA2
bike lock
Vergeet je fietsslot niet.
de fietsstrookB2
cycle lane
De fietsstrook is te smal.
de fietstochtB2
bike ride
De fietstocht is veertig kilometer lang.
de fietstunnelB1
cycle tunnel
Neem de fietstunnel onder het spoor door.
de fietsveiligheidB1
cycling safety
Verlichting is belangrijk voor je fietsveiligheid.
de fietsverhuurA2
bicycle rental
Bij het station is een fietsverhuur.
het figuurB1
figure, diagram; figure (body)
Kijk naar het figuur op pagina tien van het boek.
fijnstofB2
particulate matter
Fijnstof is schadelijk voor de longen.
de fileB1
traffic jam
Ik stond een uur in de file.
de filiaalmanagerB2
branch manager
De filiaalmanager beslist over de roosters.
de filmA1
film, movie
We kijken vanavond een film.
de filmmakerB2
filmmaker
De filmmaker werkte drie jaar aan de documentaire.
de filmopnameB2
filming, shoot
De filmopnames duurden zes weken.
het filmscriptB2
film script
In het filmscript staat elke zin uitgeschreven.
de filterbubbelB2
filter bubble
Algoritmes kunnen een filterbubbel creëren.
de finaleB1
final (match)
Ons team heeft de finale van het toernooi gehaald.

