Vocabulary
4398 words · page 173 of 176
de zeespiegelB2
sea level
De zeespiegel stijgt langzaam.
de zeespiegelstijgingB2
sea level rise
Zeespiegelstijging bedreigt laaggelegen landen.
de zeevaartB2
seafaring
De zeevaart bracht het land welvaart.
het zeilB2
sail
De boot heeft een groot wit zeil.
de zekerheidB1
certainty, security
Een vast contract geeft meer zekerheid.
het zelfbeeldB2
self-image
Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.
de zelfbeheersingB2
self-control
Hij verloor even zijn zelfbeheersing.
de zelfredzaamheidB2
self-reliance
De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.
de zelfscankassaB2
self-checkout
Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.
de zelfspotB2
self-mockery
Zelfspot maakt iemand sympathiek.
de zelfstandigeB2
self-employed person
Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.
de zelfstandigheidB1
independence
De functie vraagt veel zelfstandigheid.
de zelfstudieB1
self-study
Naast de les doe ik veel zelfstudie.
het zelfvertrouwenB2
self-confidence
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.
de zenderB2
channel, station
Deze zender brengt vooral documentaires.
de zendmastB2
transmission mast
De nieuwe zendmast stuitte op bezwaren.
de zendtijdB2
airtime
Elke partij krijgt evenveel zendtijd.
de zenuwB2
nerve
Er zit een zenuw bekneld in zijn rug.
het zenuwstelselB2
nervous system
Stress belast het zenuwstelsel.
de zetelB1
seat (in parliament)
De partij won vijf zetels in de Tweede Kamer.
het zichtB1
visibility, view, sight
Door de mist was er weinig zicht op de weg.
het ziekenhuisA2
hospital
Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.
de ziekenhuisafdelingB2
hospital ward
Hij ligt op de ziekenhuisafdeling cardiologie.
het ziekenhuisbezoekB1
hospital visit
Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.
de ziekenhuisopnameB1
hospital admission
Een ziekenhuisopname was niet nodig.

