Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

4398 words · page 111 of 176

  • het plezierA2

    fun, pleasure

    De kinderen hebben veel plezier in het zwembad.

  • de plichtB2

    duty

    Stemmen is een recht, geen plicht.

  • de ploegB1

    team; shift (work)

    Onze ploeg won vorige week de finale.

  • de ploegendienstA2

    shift work

    Hij werkt in ploegendienst.

  • de podcastB2

    podcast

    Ik luister onderweg naar een podcast.

  • het podiumB1

    stage, podium

    De band staat al op het podium.

  • de poesA2

    cat (female, pet)

    Onze poes slaapt de hele dag op de bank.

  • de poëzieB2

    poetry

    In de les lezen we Nederlandse poëzie.

  • de pogingB1

    attempt

    Hij haalde het examen bij de tweede poging.

  • de polarisatieB2

    polarisation

    De polarisatie in het debat neemt toe.

  • de polderB2

    polder

    De polder ligt onder zeeniveau.

  • het poldergebiedB1

    polder area

    Dit poldergebied ligt onder zeeniveau.

  • de polikliniekB2

    outpatient clinic

    De controle is op de polikliniek.

  • de polisvoorwaardeB2

    policy condition

    Volgens de polisvoorwaarden is dit niet gedekt.

  • de politicusB1

    politician

    Elke politicus belooft voor de verkiezingen veel.

  • de politieA1

    police

    Na het ongeluk belde ik meteen de politie.

  • de politieagentA2

    police officer (on the street)

    Een politieagent hielp de oude man oversteken.

  • de polsA1

    wrist

    Ik heb mijn pols verstuikt.


    pulse

    De verpleegkundige voelt eerst je pols.

  • het poolgebiedB2

    polar region

    Het ijs in de poolgebieden smelt sneller.

  • de PoolsterB2

    pole star

    Vroeger navigeerden zeelui op de Poolster.

  • de poortB1

    gate

    Fietsen kun je achter de poort in de tuin zetten.

  • het pootgoedB2

    seed potatoes, planting stock

    Het pootgoed voor aardappelen wordt apart bewaard.

  • het poppodiumB2

    pop music venue

    Het poppodium programmeert vooral jonge bands.

  • de populariteitB2

    popularity

    De populariteit van fietsen met een motor groeit.

  • de portemonneeA1

    wallet, purse

    Mijn portemonnee zit in mijn tas.