Vocabulary
634 words · page 11 of 26
kostenA2
kostte · hebben gekost
to cost
De cursus kost honderd euro per maand.
de kosten
costs
De kosten vallen mee.
krijgenA1irregular
kreeg · kregen · hebben gekregen
to get, to receive
Ik heb een brief gekregen.
kunnenA1irregular
kon · konden · hebben gekund
can, to be able to
Kun je mij helpen?
kwetsenB2
kwetste · hebben gekwetst
to hurt (feelings)
Die opmerking kwetste haar diep.
lachenA1irregular
lachte · lachten · hebben gelachen
to laugh
We hebben veel gelachen.
langskomenA2separableirregular
kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen
to drop by
Kom je vanavond even langs?
latenA1irregular
liet · lieten · hebben gelaten
to let, to have (something done)
Ik laat mijn fiets repareren.
leggenA1
legde · hebben gelegd
to lay, to put down
Leg het boek op tafel.
leidenB1
leidde · hebben geleid
to lead, to manage
Zij leidt al vijf jaar een team van tien mensen.
lenenA2
leende · hebben geleend
to borrow; to lend
Kan ik tien euro van je lenen?
lerenA1
leerde · hebben geleerd
to learn; to teach
Ik leer nu een jaar Nederlands.
lettenA2
lette · hebben gelet
to pay attention (to), to watch
Wil je even op de kinderen letten?
levenA1
leefde · hebben geleefd
to live, to be alive
Mijn opa leeft nog en is al negentig jaar.
het leven
life
Het leven hier is heel anders.
leverenB1
leverde · hebben geleverd
to deliver, to supply
De winkel levert de nieuwe bank op dinsdag.
lezenA1irregular
las · lazen · hebben gelezen
to read
Lees de tekst nog een keer.
liefhebbenB2separableirregular
had lief · hadden lief · hebben liefgehad
to love (deeply)
Zij had haar vak oprecht lief.
liegenA2irregular
loog · logen · hebben gelogen
to lie (tell lies)
Hij zei dat hij ziek was, maar hij loog.
liggenA1irregular
lag · lagen · hebben gelegen
to lie, to be located
Het boek ligt op tafel.
lijdenB2irregular
leed · leden · hebben geleden
to suffer
Veel mensen lijden aan stress door hun werk.
lijkenA1irregular
leek · leken · hebben geleken
to seem
Het lijkt me een goed idee.
likenB2
likete · hebben geliket
to like (online)
Duizenden mensen likten de foto.
lopenA1irregular
liep · liepen · hebben/zijn gelopen
to walk
Ik loop elke dag naar mijn werk.
to run, to last (of a period)
De cursus loopt van september tot juni.
luisterenA2
luisterde · hebben geluisterd
to listen
Luister goed naar de vraag.
lukkenA2
lukte · zijn gelukt
to succeed, to work out
Het is me gelukt!
mailenA2
mailde · hebben gemaild
to email
Ik mail je de documenten vanavond.

