Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

17 words · page 1 of 1

  • zaaienB2

    zaaide · hebben gezaaid

    to sow

    In maart kun je al zaaien.

  • zakkenB1

    zakte · zijn gezakt

    to fail (an exam)

    Hij is helaas gezakt voor het examen.


    de zakken

    bags, sacks (plural of zak)

    Hij zet de zakken met oud papier bij de container.

  • zeggenA1irregular

    zei · zeiden · hebben gezegd

    to say

    Wat zei je?

  • zendenB2irregular

    zond · zonden · hebben gezonden

    to send; to broadcast

    De omroep zendt de wedstrijd live uit.

  • zettenA1

    zette · hebben gezet

    to put, to place upright

    Zet de stoel bij het raam.

  • zich ziekmeldenA2separablereflexive

    meldde ziek · hebben ziekgemeld

    to call in sick

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • zienA1irregular

    zag · zagen · hebben gezien

    to see

    Ik zie je morgen.

  • zijnA1irregular

    was · waren · zijn geweest

    to be

    Ik ben blij dat je er bent.


    his

    Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.

  • zingenA2irregular

    zong · zongen · hebben gezongen

    to sing

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zittenA1irregular

    zat · zaten · hebben gezeten

    to sit

    Zij zit op de bank.


    to be (in or inside something)

    De sleutels zitten in de zak van mijn jas.

  • zittenblijvenB2separableirregular

    bleef zitten · bleven zitten · zijn blijven zitten

    to repeat a year

    Zittenblijven helpt niet altijd.

  • zoekenA1irregular

    zocht · zochten · hebben gezocht

    to look for

    Ik zoek mijn sleutels.

  • zorgenA2

    zorgde · hebben gezorgd

    to ensure; to care for

    Ik zorg dat het op tijd klaar is.

  • zuchtenB2

    zuchtte · hebben gezucht

    to sigh

    Hij zuchtte diep en zei niets.

  • zullenA1irregular

    zou · zouden

    shall, will

    Zullen we koffie drinken?

  • zwemmenB1irregular

    zwom · zwommen · hebben/zijn gezwommen

    to swim

    Ik ga twee keer per week zwemmen.

  • zwetenB2

    zweette · hebben gezweet

    to sweat

    Van de spanning begon hij te zweten.