Vocabulary
108 words · page 1 of 5
de zaagB2
saw
Met deze zaag gaat het sneller.
het zaaigoedB2
seed for sowing
Het zaaigoed komt uit eigen oogst.
de zaakB1
business, shop; matter
Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.
de zakA1
pocket; bag
Mijn sleutels zitten in mijn zak.
zakkenB1
zakte · zijn gezakt
to fail (an exam)
Hij is helaas gezakt voor het examen.
de zakken
bags, sacks (plural of zak)
Hij zet de zakken met oud papier bij de container.
de zalfA2
ointment
Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.
de zalmB2
salmon
Zalm trekt de rivier op om te paaien.
de zandbankB2
sandbank
Het schip liep op een zandbank.
de zandgrondB2
sandy soil
Zandgrond droogt sneller uit.
de zaterdagA1
Saturday
Op zaterdag doe ik boodschappen.
het zebrapadA2
zebra crossing
Steek over bij het zebrapad.
de zeeA1
sea
De zee is vandaag onrustig.
de zeearmB2
sea inlet
De zeearm werd afgesloten met een dam.
de zeefB2
sieve, colander
Giet de pasta af in een zeef.
de zeepA1
soap
Was je handen met zeep.
de zeespiegelB2
sea level
De zeespiegel stijgt langzaam.
de zeespiegelstijgingB2
sea level rise
Zeespiegelstijging bedreigt laaggelegen landen.
de zeevaartB2
seafaring
De zeevaart bracht het land welvaart.
het zelfbeeldB2
self-image
Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.
de zelfbeheersingB2
self-control
Hij verloor even zijn zelfbeheersing.
de zelfredzaamheidB2
self-reliance
De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.
de zelfscankassaB2
self-checkout
Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.
de zelfspotB2
self-mockery
Zelfspot maakt iemand sympathiek.
de zelfstandigeB2
self-employed person
Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.
de zelfstandigheidB1
independence
De functie vraagt veel zelfstandigheid.

