Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

311 words · page 5 of 13

  • de verhuiskostenB2

    moving costs

    De verhuiskosten vielen hoger uit dan begroot.

  • de verhuizingA2

    move, relocation

    De verhuizing is volgende maand.

  • de verjaardagA1

    birthday

    Morgen is mijn verjaardag.

  • de verjaardagskalenderB2

    birthday calendar

    De verjaardagskalender hangt op het toilet.

  • het verkeerB1

    traffic

    Het verkeer is druk in de spits.

  • het verkeersbordB1

    road sign

    Let op het verkeersbord.

  • de verkeersdeelnameB1

    participation in traffic

    Veilige verkeersdeelname begint bij opletten.

  • de verkeersdeelnemerB1

    road user

    Elke verkeersdeelnemer moet opletten.

  • de verkeersdrempelB2

    speed bump

    De verkeersdrempel remt het verkeer af.

  • de verkeersdrukteB1

    heavy traffic

    Door de verkeersdrukte kwam ik te laat.

  • de verkeersinformatieB1

    traffic information

    Check de verkeersinformatie voor je vertrekt.

  • het verkeerslichtA2

    traffic light

    Sla linksaf bij het verkeerslicht.

  • het verkeersongevalB1

    traffic accident

    Door een verkeersongeval was de weg afgesloten.

  • het verkeersplanB1

    traffic plan

    De gemeente presenteerde een nieuw verkeersplan.

  • de verkeersregelB1

    traffic rule

    Fietsers moeten zich ook aan de verkeersregels houden.

  • de verkeerssituatieB1

    traffic situation

    Let goed op de verkeerssituatie.

  • de verkeersstroomB1

    traffic flow

    De verkeersstroom wordt met camera's gemeten.

  • de verkeersveiligheidB1

    road safety

    De gemeente investeert in verkeersveiligheid.

  • de verkiezingA2

    election

    De verkiezingen zijn over twee maanden.

  • de verkiezingenB2

    elections

    De verkiezingen zijn in maart.

  • de verkiezingsuitslagB2

    election result

    De verkiezingsuitslag verraste veel analisten.

  • de verklaringB2

    statement; explanation

    De getuige legde een verklaring af bij de politie.

  • het verkleinwoordB2

    diminutive

    Een verkleinwoord krijgt altijd 'het'.

  • de verkoopB1

    sale(s)

    De verkoop van elektrische auto's stijgt snel.

  • de verkoopprijsB2

    selling price

    De uiteindelijke verkoopprijs lag hoger.