Vocabulary
361 words · page 8 of 15
de sparB2
spruce, fir
De spar blijft ook 's winters groen.
de specerijB2
spice
Kaneel is een specerij.
de specialisatieB2
specialisation
Zijn specialisatie is arbeidsrecht.
het specialismeB2
medical specialty
Voor dit specialisme is de wachttijd lang.
de specialistB1
specialist
De huisarts verwees mij naar een specialist.
de speeltuinB1
playground
De kinderen spelen in de speeltuin.
het spelA2
game (board, computer)
We spelen op zondag vaak een spel met de kinderen.
de spelerA2
player
Elke speler krijgt aan het begin vijf kaarten.
het spelletjeB1
game
Zullen we een spelletje doen?
de spellingB2
spelling
Let bij het schrijfexamen op je spelling.
de spelregelB1
rule of the game
Leg de spelregels eerst uit.
de spiegelA1
mirror
Er hangt een spiegel in de gang.
de spierA1
muscle
Na het sporten doen mijn spieren pijn.
de spierkrachtB2
muscle strength
Met krachttraining behoud je spierkracht.
de spierscheuringB2
muscle tear
Met een spierscheuring lig je maanden stil.
het spierweefselB2
muscle tissue
Bij te weinig eiwit verlies je spierweefsel.
de spijsverteringB2
digestion
Beweging helpt de spijsvertering.
de spijtB2
regret
Ik heb spijt van die opmerking.
de spinazieA1
spinach
Spinazie zit vol ijzer.
de spitsB1
rush hour
Reis liever buiten de spits.
pointed, sharp
Het dak van de kerk loopt spits toe.
het spitsuurB1
rush hour
Vermijd het spitsuur als het kan.
de spoedA2
emergency, urgency
Bij spoed belt u dit nummer.
het spoedgevalB1
emergency case
Bij een spoedgeval belt u 112.
de spoedhulpB2
emergency aid
Bij spoedhulp telt elke minuut.
de sponsoringB2
sponsorship
De club leeft van sponsoring.

