Vocabulary
361 words · page 4 of 15
de schrikB2
fright, shock
Van de schrik liet zij het glas vallen.
de schroevendraaierB2
screwdriver
Ik zoek een kleinere schroevendraaier.
de schroomB2
reticence, diffidence
Zij sprak zonder schroom over haar fouten.
de schuldA2
debt
Hij heeft schulden bij de bank.
fault, blame
Het was mijn schuld dat we te laat waren.
de schuldeiserB1
creditor
De schuldeiser wil een betalingsregeling.
de schuldenlastB2
debt burden
De schuldenlast van huishoudens is toegenomen.
de schuldenproblematiekB2
debt problems
De schuldenproblematiek raakt vooral jonge gezinnen.
het schuldgevoelB2
feeling of guilt
Hij had een schuldgevoel over zijn beslissing.
de schuldhulpverleningB2
debt counselling
De gemeente biedt schuldhulpverlening aan.
de schuurA1
shed
De fietsen staan in de schuur.
het schuurpapierB2
sandpaper
Werk de rand af met schuurpapier.
de screeningB2
screening
Vrouwen krijgen vanaf vijftig een uitnodiging voor screening.
de scriptieB2
thesis (bachelor/master)
Mijn scriptie ging over migratie.
de secondeA1
second (of time)
Wacht één seconde.
de secretaresseB1
secretary
De secretaresse maakt een afspraak voor je met de directeur.
de sectorA2
sector
In deze sector is het tekort het grootst.
het sedimentB2
sediment
De rivier voert veel sediment mee.
de segregatieB2
segregation
Er is discussie over segregatie in het onderwijs.
het seizoenA1
season
De herfst is mijn favoriete seizoen.
de seizoensgroenteB1
seasonal vegetables
Seizoensgroente is goedkoper en verser.
de seizoenswisselingB1
change of seasons
Bij de seizoenswisseling word ik vaak verkouden.
de selectieB2
selection; squad
Hij hoort bij de selectie voor het nationale team.
de seniorenwoningB2
senior housing unit
Zij verhuisde naar een seniorenwoning.
de sensatieB2
sensation, hype
Sommige media zoeken vooral sensatie.
de sensatiezuchtB2
sensationalism
Sensatiezucht gaat ten koste van de nuance.

