Vocabulary
171 words · page 5 of 7
de respijtzorgB2
respite care
Respijtzorg geeft de mantelzorger even lucht.
de respondentB2
respondent
Ruim tweehonderd respondenten vulden de vragenlijst in.
de responsB2
response rate
De respons op de enquête was laag.
de restA2
rest, remainder
De rest van de dag blijf ik lekker thuis.
het restafvalB2
residual waste
Alles wat overblijft, is restafval.
het restaurantA2
restaurant
We gaan uit eten in een Italiaans restaurant.
de restaurateurB2
art restorer
De restaurateur werkte een jaar aan het doek.
het restbedragB2
remaining amount
Het restbedrag betaal je bij levering.
het restjeA2
leftovers
Van de restjes maak ik morgen soep.
de restwaardeB2
residual value
De restwaarde van de auto is laag.
het resultaatA1
result
Het resultaat viel tegen.
de retoriekB2
rhetoric
Achter de retoriek zit weinig inhoud.
de retourzendingA2
return shipment
De retourzending is gratis.
de reukzinB2
sense of smell
Na de infectie kwam zijn reukzin terug.
de revalidatieB1
rehabilitation
De revalidatie duurt enkele maanden.
het revalidatiecentrumB1
rehabilitation centre
Na het ongeluk lag hij in een revalidatiecentrum.
het revalidatieprogrammaB2
rehabilitation programme
Het revalidatieprogramma duurt drie maanden.
de ribbenB2
ribs
Hij brak twee ribben bij de val.
de richtingA2
direction
Je moet de andere richting op.
de richtlijnB2
directive
De richtlijn moet in nationale wetgeving worden omgezet.
de rijA2
queue, line
Er staat een lange rij bij de kassa.
het rijbewijsB1
driving licence
Zonder rijbewijs mag je niet rijden.
de rijbewijsverlengingB1
licence renewal
De rijbewijsverlenging regel je bij de gemeente.
het rijexamenB1
driving test
Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen.
het rijgedragB1
driving behaviour
Zijn rijgedrag is de laatste tijd rustiger.

