Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

194 words · page 3 of 8

  • de onderwijsvernieuwingB2

    educational reform

    Onderwijsvernieuwing stuit soms op weerstand.

  • de onderwijsvormB2

    form of education

    Welke onderwijsvorm past het beste bij jou?

  • het onderzoekA1

    examination, research

    Het onderzoek liet niets bijzonders zien.

  • de onderzoekerB2

    researcher

    De onderzoekers publiceerden hun bevindingen.

  • de onderzoeksgroepB2

    research group

    De onderzoeksgroep bestaat uit acht mensen.

  • de onderzoeksmethodeB2

    research method

    De gekozen onderzoeksmethode bepaalt de uitkomst.

  • de onderzoeksopzetB2

    research design

    De onderzoeksopzet bepaalt hoe sterk de conclusies zijn.

  • het onderzoeksresultaatB2

    research finding

    De onderzoeksresultaten zijn nog niet gepubliceerd.

  • het onderzoeksveldB2

    field of research

    Dit is een jong onderzoeksveld.

  • de onderzoeksvraagB2

    research question

    De onderzoeksvraag is te breed geformuleerd.

  • de onenigheidB2

    disagreement

    Er ontstond onenigheid over de aanpak.

  • het ongeduldB2

    impatience

    Hij wachtte vol ongeduld op het antwoord.

  • de ongeduldigheidB2

    impatience

    Zijn ongeduldigheid viel iedereen op.

  • de ongelijkheidB2

    inequality

    De ongelijkheid tussen groepen neemt toe.

  • het ongelukA2

    accident

    Het ongeluk gebeurde op de trap.

  • het ongemakB2

    discomfort, awkwardness

    Zijn opmerking veroorzaakte enig ongemak.

  • de ongemakkelijkheidB2

    awkwardness

    Er hing een zekere ongemakkelijkheid in de kamer.

  • de onkostenvergoedingB2

    expenses reimbursement

    Bewaar je bonnen voor de onkostenvergoeding.

  • de onmachtB2

    powerlessness

    Hij voelde onmacht tegenover de bureaucratie.

  • de onrustB2

    unrest, disquiet

    Het bericht zorgde voor onrust onder bewoners.

  • het ontbijtA2

    breakfast

    Ik sla het ontbijt nooit over.

  • de ontevredenheidB2

    dissatisfaction

    De ontevredenheid onder het personeel groeit.

  • de ontgoochelingB2

    disillusionment

    De uitslag was een grote ontgoocheling.

  • de onthechtingB2

    detachment

    Hij sprak met een zekere onthechting over het verleden.

  • de ontmoetingsplekB1

    meeting place

    Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.