Vocabulary
146 words · page 6 of 6
het humeurB2
mood, temper
Hij is vandaag in een slecht humeur.
de humorB2
humour
Zijn humor is heel droog.
de huurA2
rent
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
de huurautoB2
rental car
Een huurauto is voor één weekend goedkoper.
de huurbetalingB1
rent payment
De huurbetaling gaat automatisch van mijn rekening.
het huurcontractA2
rental contract
Lees het huurcontract goed door.
de huurderA2
tenant
De huurder moet kleine reparaties zelf doen.
de huurmarktB2
rental market
De vrije huurmarkt is onbetaalbaar geworden.
de huurprijsB1
rental price
De huurprijs gaat elk jaar omhoog.
de huurtoeslagA2
rent allowance
Ik ontvang huurtoeslag van de Belastingdienst.
de huurverhogingA2
rent increase
De huurverhoging gaat in juli in.
de huurwoningB1
rental home
De wachttijd voor een sociale huurwoning is jaren.
het huwelijkA1
marriage, wedding
Hun huwelijk was in juni.
de huwelijksakteB2
marriage certificate
Voor de aanvraag heb je een huwelijksakte nodig.
de huwelijksreisB2
honeymoon
De huwelijksreis ging naar Portugal.
hybrideB2
hybrid
Wij werken hybride: deels thuis, deels op kantoor.
de hygiëneB2
hygiene
Goede hygiëne voorkomt veel infecties.
de hypotheekB1
mortgage
Zij hebben een hypotheek van dertig jaar.
de hypotheekrenteB2
mortgage interest
De hypotheekrente is fors gestegen.
de hypotheekverstrekkingB2
mortgage lending
De regels voor hypotheekverstrekking zijn aangescherpt.
de hypotheseB2
hypothesis
De hypothese werd niet bevestigd.

