Vocabulary
146 words · page 4 of 6
het hoofdA1
head
Mijn hoofd doet pijn.
head, manager (of a department)
Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.
het hoofdartikelB2
editorial, lead article
Het hoofdartikel ging over de verkiezingen.
het hoofdgerechtA2
main course
Het hoofdgerecht was vis met groente.
de hoofdpijnA2
headache
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
de hoofdredacteurB2
editor-in-chief
De hoofdredacteur besliste anders.
de hoofdredactieB2
editorial board
De hoofdredactie besliste over de publicatie.
de hoofdstadA2
capital city
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
het hoofdstukB2
chapter
Het derde hoofdstuk is het moeilijkst.
de hoofdzinB2
main clause
In de hoofdzin staat het werkwoord op plaats twee.
de hoogbegaafdheidB2
giftedness
Ook hoogbegaafdheid vraagt om extra begeleiding.
de hoogconjunctuurB2
economic boom
In een hoogconjunctuur is personeel schaars.
de hoogleraarB2
professor
De hoogleraar gaf een openbare lezing.
de hoogteB1
height
De vlieger vliegt op grote hoogte boven het strand.
het hoogwaterB1
high water
Bij hoogwater staan de dijken onder druk.
de hooikoortsB2
hay fever
In het voorjaar heeft zij last van hooikoorts.
de hoopB2
hope
Er is nog hoop op een goede afloop.
a lot, a heap
Ik heb nog een hoop werk te doen voor vrijdag.
het hoorcollegeB2
lecture (to a large audience)
Het hoorcollege is voor tweehonderd studenten.
de horecaB2
hospitality industry
In de horeca werk je vaak in het weekend.
de horecamedewerkerB2
hospitality worker
Er is een tekort aan horecamedewerkers.
het horlogeA1
watch
Mijn horloge loopt achter.
het hotelA1
hotel
We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.
de houdbaarheidB2
shelf life
De houdbaarheid staat op de verpakking.
de houdbaarheidsdatumA2
best-before date
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
het houtA2
wood
De tafel in onze keuken is van hout.
de houtkapB2
logging
De houtkap ligt in het broedseizoen stil.

