Vocabulary
7 words · page 1 of 1
chippenB2
chipte · hebben gechipt
to microchip
Elke hond moet gechipt zijn.
zich concentrerenB1reflexive
concentreerde · hebben geconcentreerd
to concentrate
Ik kan me niet concentreren met dit lawaai.
concluderenB2
concludeerde · hebben geconcludeerd
to conclude
Daaruit kunnen we concluderen dat het beleid werkt.
constaterenB2
constateerde · hebben geconstateerd
to observe, to find
De arts constateerde een lichte ontsteking.
controlerenA2
controleerde · hebben gecontroleerd
to check
Controleer je gegevens voordat je verstuurt.
coördinerenB2
coördineerde · hebben gecoördineerd
to coordinate
Zij coördineert het hele project.
creërenB2
creëerde · hebben gecreëerd
to create
Het bedrijf wil honderd nieuwe banen creëren.

