Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

73 words · page 2 of 3

  • benoemenB2

    benoemde · hebben benoemd

    to appoint; to name

    Zij is benoemd tot directeur van de school.

  • beogenB2

    beoogde · hebben beoogd

    to aim at

    De wet beoogt meer duidelijkheid.

  • beoordelenB2

    beoordeelde · hebben beoordeeld

    to assess, to grade

    De docent beoordeelt het werk anoniem.

  • bepalenA1

    bepaalde · hebben bepaald

    to determine, to decide

    Jij mag bepalen waar we eten.

  • beperkenB2

    beperkte · hebben beperkt

    to limit, to restrict

    De gemeente wil het autoverkeer in het centrum beperken.

  • bereidenA2

    bereidde · hebben bereid

    to prepare (food)

    Dit gerecht is makkelijk te bereiden.

  • bereikenA1

    bereikte · hebben bereikt

    to reach

    Je kunt mij het beste per mail bereiken.

  • berustenB2

    berustte · hebben berust

    to resign oneself

    Uiteindelijk berustte hij in de situatie.

  • beschermenB1

    beschermde · hebben beschermd

    to protect

    Zonnebrandcrème beschermt je huid tegen de zon.

  • beschouwenB2

    beschouwde · hebben beschouwd

    to regard, to consider

    Ik beschouw hem als een goede vriend.

  • beschrijvenB1irregular

    beschreef · beschreven · hebben beschreven

    to describe

    Kunt u beschrijven hoe de man eruitzag?

  • beslissenB1

    besliste · hebben beslist

    to decide (make a choice)

    Je moet zelf beslissen welke opleiding je kiest.

  • besluitenA2irregular

    besloot · besloten · hebben besloten

    to decide

    We hebben besloten te verhuizen.

  • besprekenB1irregular

    besprak · bespraken · hebben besproken

    to discuss

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.

  • bestaanA1irregular

    bestond · bestonden · hebben bestaan

    to exist

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • bestedenB1

    besteedde · hebben besteed

    to spend (time, money)

    Hoeveel geld besteed jij per maand aan boodschappen?

  • bestellenA2

    bestelde · hebben besteld

    to order

    Zullen we pizza bestellen?

  • bestrijdenB2irregular

    bestreed · bestreden · hebben bestreden

    to contest, to dispute

    Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.

  • betalenA1

    betaalde · hebben betaald

    to pay

    Kan ik met pin betalen?

  • betekenenA1

    betekende · hebben betekend

    to mean

    Wat betekent dit woord?

  • betogenB2

    betoogde · hebben betoogd

    to argue (a case)

    De auteur betoogt dat het anders moet.

  • betreffenB2irregular

    betrof · betroffen · hebben betroffen

    to concern, to relate to

    Deze brief betreft uw aanvraag voor huurtoeslag.

  • betrekkenB2irregular

    betrok · betrokken · hebben betrokken

    to involve

    De gemeente wil de bewoners bij het plan betrekken.

  • betreurenB2

    betreurde · hebben betreurd

    to regret, to deplore

    Wij betreuren deze beslissing.

  • bevattenB1

    bevatte · hebben bevat

    to contain

    Deze snoepjes bevatten erg veel suiker en kleurstof.