Vocabulary
386 words · page 2 of 16
de barmanB2
barman
De barman kent iedereen bij naam.
de basisB1
basis, foundation
Een goede basis in taal helpt bij elke opleiding.
de basisbehoefteB2
basic need
Wonen is een basisbehoefte, geen luxe.
het basisonderwijsB2
primary education
Het basisonderwijs duurt acht jaar.
de basisregistratieB2
population register
Je adres staat in de basisregistratie personen.
de basisschoolA2
primary school
Mijn dochter zit in groep vijf van de basisschool.
het basketbalA2
basketball
Op dinsdag speel ik basketbal met mijn vrienden.
de batterijA1
battery
De batterij is leeg.
het bedA1
bed
Ik ga vroeg naar bed.
de bedenktijdB2
cooling-off period
Je hebt veertien dagen bedenktijd.
het bederfB2
spoilage
Bij warmte treedt bederf sneller op.
de bedoelingB1
intention, purpose
Het was niet mijn bedoeling om je pijn te doen.
het bedragA2
amount
Het bedrag staat onderaan de rekening.
het bedrijfA1
company
Zij werkt bij een groot bedrijf.
de bedrijfsartsB2
company doctor
De bedrijfsarts adviseert over je terugkeer.
de bedrijfscultuurB1
company culture
De bedrijfscultuur hier is informeel.
de bedrijfshulpverleningB2
in-house emergency response
Hij is opgeleid voor bedrijfshulpverlening.
de bedrijfskledingA2
company uniform
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
de bedrijfsleidingB2
company management
De bedrijfsleiding kondigde reorganisatie aan.
het bedrijfsongevalB2
workplace accident
Elk bedrijfsongeval moet gemeld worden.
de bedrijfsopleidingB2
in-company training
De bedrijfsopleiding duurt zes maanden.
het bedrijfsprocesB2
business process
Elk bedrijfsproces wordt jaarlijks doorgelicht.
de bedrijfsregelsA2
company rules
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
het bedrijfsresultaatB2
company result
Het bedrijfsresultaat viel dit kwartaal tegen.
de bedrijfsstrategieB2
business strategy
De bedrijfsstrategie is voor vijf jaar vastgelegd.

