Vocabulary
386 words · page 11 of 16
blikA2
look, gaze
Aan zijn blik zag ik dat hij loog.
het blikjeA2
can, tin
In de koelkast staat nog een blikje.
het bloedA2
blood
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
de bloeddrukA2
blood pressure
De dokter meet eerst uw bloeddruk.
het bloedonderzoekB1
blood test
Het bloedonderzoek liet niets bijzonders zien.
de bloedsomloopB2
blood circulation
Wandelen is goed voor de bloedsomloop.
de bloeiperiodeB2
flowering period
De bloeiperiode duurt tot in juli.
de bloemB1
flower
Ik heb bloemen voor haar gekocht.
flour
Voor dit brood heb je vijfhonderd gram bloem nodig.
de bloemkoolA1
cauliflower
Vanavond eten we bloemkool.
de blogB1
blog
Zij schrijft elke week een blog over haar leven in Nederland.
het blokB1
block
Na het eten lopen we nog even een blok om.
het blusapparaatB2
fire extinguisher
Het blusapparaat hangt bij de deur.
het bodB2
bid, offer
Zijn bod was net te laag.
de bodemB1
soil, ground
De bodem hier is erg vruchtbaar.
de bodemdalingB2
land subsidence
Bodemdaling veroorzaakt schade aan huizen.
de bodemkwaliteitB2
soil quality
De bodemkwaliteit wordt jaarlijks gemeten.
de bodemsoortB1
soil type
De bodemsoort bepaalt wat er kan groeien.
de bodemverontreinigingB2
soil contamination
Op dit terrein is bodemverontreiniging aangetroffen.
de bodemvervuilingB2
soil contamination
Op dit terrein is bodemvervuiling vastgesteld.
de bodemvruchtbaarheidB2
soil fertility
De bodemvruchtbaarheid neemt af.
het boekA1
book
Ik lees elke avond een boek.
de boekbesprekingB2
book review
De boekbespreking was lovend.
de boekhandelB2
bookshop
De boekhandel op de hoek bestaat nog.
de boekhoudingB2
bookkeeping
Hij besteedt de boekhouding uit.
de boekingB2
booking
De boeking is bevestigd per e-mail.

