المفردات
4887 كلمة · صفحة 83 من 196
het kloosterB1
دير
In het oude klooster wonen nog vijf nonnen.
de klusB1
مهمة، عمل
Het schilderen van de keuken was een flinke klus.
de knaapB2
صبيّ
Hij was nog maar een knaap toen hij naar Nederland kwam.
de knalB1
دويّ، انفجار
Om middernacht hoorden we een harde knal.
de kneuzingB2
كدمة
Het is geen breuk, alleen een kneuzing.
de knieA1
ركبة
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
de knoopB1
زر
Er is een knoop van het overhemd af.
عقدة
Hij legt een stevige knoop in het touw.
het knooppuntB2
نقطة تقاطع المسار
Volg de knooppunten 12, 15 en 21.
de knopA2
زر؛ برعم
Druk op de groene knop om te beginnen.
de koeB1
بقرة
De koeien staan sinds april buiten.
de koekA1
بسكويت
Bij de koffie krijg je een koekje.
de koekenpanB2
مقلاة
Verhit de koekenpan eerst goed.
het koekjeB2
قطعة بسكويت
Bij de koffie krijg je in Nederland vaak één koekje.
de koelkastA1
ثلاجة
De melk staat in de koelkast.
de koelketenB2
سلسلة التبريد
De koelketen mag nergens onderbroken worden.
de koersB2
سعر الصرف؛ اتجاه
De koers van de euro is vandaag gestegen.
de koerswinstB2
الربح الرأسمالي
Over koerswinst betaal je hier geen belasting.
de kofferA2
حقيبة سفر
Mijn koffer is te zwaar.
de koffieA1
قهوة
Zullen we een kopje koffie drinken?
de kogelB1
رصاصة
De kogel ging gelukkig door de muur heen.
de kokB1
طاهٍ
De kok maakt alles zelf klaar.
de kolonieB2
مستعمرة
Suriname was tot 1975 een kolonie.
de komedieB2
كوميديا
Op zaterdag kijken we graag naar een komedie.
de komkommerA1
خيار
Snijd de komkommer in plakjes.
de kommaB2
فاصلة
Zet hier een komma tussen de twee zinnen.

