المفردات
4900 كلمة · صفحة 76 من 196
de jaloezieB2
الغيرة
Jaloezie is zelden een goede raadgever.
de jamA1
مربى
Ik eet brood met jam.
januariA1
يناير
Mijn cursus begint in januari.
het jargonB2
المصطلحات المهنية
Vermijd jargon als je publiek breed is.
de jasA1
معطف
Doe je jas aan, het is koud.
de jeugdB1
الشباب، الطفولة
In mijn jeugd speelde ik altijd buiten op straat.
de jeugdzorgB2
رعاية الأحداث
De jeugdzorg kent lange wachtlijsten.
de jongemanB2
رجل شاب
Een vriendelijke jongeman hielp mij met mijn koffer.
de jongenA1
ولد
Die jongen is mijn zoon.
de JoodB2
يهودي (شخص)
In de oorlog werden veel Joden uit Nederland weggevoerd.
het journaalB1
نشرة الأخبار
Om acht uur kijken we altijd naar het journaal.
de journalistA2
صحفي
De journalist sprak met meerdere getuigen.
de journalistiekB2
الصحافة
Onafhankelijke journalistiek is onmisbaar.
het jubileumB2
ذكرى سنوية
De vereniging viert haar vijftigjarig jubileum.
de jufA2
معلّمة
De juf van groep drie leest elke dag een verhaal voor.
de juffrouwB2
معلّمة؛ آنسة
De juffrouw vroeg de kinderen stil te zijn.
juliA1
يوليو
In juli gaan we op vakantie.
juniA1
يونيو
In juni beginnen de examens.
de juniorB2
مبتدئ، صغير
Zij begon als junior bij een groot advocatenkantoor.
de jurkA1
فستان
Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.
de juryB2
لجنة التحكيم
De jury koos haar tekening als de beste.
de justitieB1
العدالة (الجهاز القضائي)
De zaak is overgedragen aan justitie.
het juweelB2
جوهرة
De inbrekers stalen al haar juwelen.
de kaakB2
فكّ
Na de val bij het schaatsen had hij pijn in zijn kaak.
de kaarsA1
شمعة
Op tafel brandt een kaars.

