المفردات
4900 كلمة · صفحة 69 من 196
de huisbaasA2
صاحب البيت
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
het huisdierB2
حيوان أليف
In dit gebouw zijn huisdieren niet toegestaan.
de huisgenootA1
شريك السكن
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
het huishoudboekjeB2
دفتر مصروف البيت
Zij houdt een huishoudboekje bij.
het huishoudenB1
تدبير المنزل؛ أسرة
Zij doet het huishouden en werkt drie dagen per week.
de huiskamerB2
صالة البيت
In de huiskamer staat een grote bank.
de huismeesterB2
حارس المبنى
Meld de storing bij de huismeester.
het huismerkB2
العلامة الخاصة بالمتجر
Het huismerk is vaak net zo goed.
de huisregelsA2
قواعد السكن
Lees de huisregels van het gebouw.
de huisstijlB2
الهوية البصرية
Alle brieven volgen de huisstijl.
de huisstofmijtB2
عث الغبار
Hij is allergisch voor huisstofmijt.
de huisvestingB1
الإسكان
De huisvesting van studenten is een probleem.
het huiswerkB1
واجب منزلي
Ik maak mijn huiswerk 's avonds.
de huiswerkbegeleidingB2
الإشراف على الواجبات
De school biedt huiswerkbegeleiding aan.
de hulpA1
مساعدة
Bedankt voor je hulp.
de hulpdienstB2
خدمات الطوارئ
De hulpdiensten waren binnen tien minuten ter plaatse.
het hulpmiddelB1
وسيلة مساعدة
Een rollator is een handig hulpmiddel.
de hulpverlenerB1
أخصائي الدعم
Een hulpverlener begeleidt het gezin.
de hulpverleningB2
تقديم المساعدة
De hulpverlening kwam snel op gang.
het humeurB2
المزاج
Hij is vandaag in een slecht humeur.
de humorB1
روح الدعابة
Zijn humor is heel droog.
de hutB2
كوخ؛ مقصورة
De kinderen bouwden een hut van takken in het bos.
de huurA2
إيجار
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
de huurautoB2
سيارة مستأجرة
Een huurauto is voor één weekend goedkoper.
de huurbetalingB1
دفع الإيجار
De huurbetaling gaat automatisch van mijn rekening.

