المفردات
4900 كلمة · صفحة 25 من 196
de boerderijwinkelB2
متجر المزرعة
In de boerderijwinkel koop je rechtstreeks bij de boer.
de boeteB1
غرامة
Ik heb een boete gekregen voor te hard rijden.
het boetebeleidB2
سياسة الغرامات
Het boetebeleid werkt niet bij iedereen.
de bolB1
كرة؛ بصلة (نبات)
In het voorjaar zetten we bollen in de tuin.
de bomB1
قنبلة
Bij de bouw vonden arbeiders een oude bom uit de oorlog.
de bonA2
إيصال
Bewaar de bon voor de garantie.
مخالفة، غرامة
Hij kreeg een bon omdat hij te hard reed.
de bondB2
اتحاد، رابطة
De bond van huurders protesteert tegen de hoge huren.
het bondgenootschapB2
تحالف
Het bondgenootschap bestaat uit dertig landen.
de bondscoachB2
مدرّب المنتخب
De bondscoach maakt morgen de selectie bekend.
de bonusB2
مكافأة
Aan het eind van het jaar kreeg ik een bonus.
de bonuskaartB2
بطاقة الولاء
Met de bonuskaart krijg je korting.
de boodschapA2
الرسالة (المضمون)
De boodschap van de campagne is duidelijk.
de boodschappenA2
مشتريات
Ik doe zaterdag boodschappen.
het boodschappenlijstjeA2
قائمة التسوق
Ik maak altijd een boodschappenlijstje.
de boodschappentasA2
كيس التسوق
Neem je eigen boodschappentas mee.
de boogB2
قوس
Je loopt door een stenen boog naar de binnenplaats.
de boomA2
شجرة
Voor het huis staat een grote boom.
de boomsoortB1
نوع الشجر
Welke boomsoort groeit hier het beste?
de boonA1
فاصولياء
Er staan bonen op het menu.
de boordB1
على متن
Alle passagiers zijn nu aan boord van het vliegtuig.
de boormachineB1
مثقاب
Mag ik je boormachine even lenen?
de bootA2
قارب
We gaan met de boot naar Texel.
het bordA1
طبق
Zet de borden op tafel.
لافتة، لوحة
Op het bord staat dat je hier niet mag parkeren.
de borgA2
تأمين (وديعة)
De borg krijg je later terug.
de borgsomB2
مبلغ التأمين
De borgsom krijg je terug bij vertrek.

