المفردات
166 كلمة · صفحة 2 من 7
daarnaA1
بعد ذلك
Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.
daarnaastA2
إلى جانب ذلك
Daarnaast volg ik een cursus.
daaromA1
لذلك
Het regende, daarom bleef ik thuis.
derhalveB2
وبالتالي
De termijn is verstreken; het verzoek wordt derhalve afgewezen.
desondanksB2
رغم ذلك
Hij was ziek en kwam desondanks werken.
dichtbijA1
قريب
De school is heel dichtbij.
dusA1
إذن
Het is laat, dus ik ga naar huis.
echterB2
غير أن
Het plan is goed; het is echter te duur.
eenmaalB1
مرّة؛ (nu eenmaal) هكذا الأمر
Het is nu eenmaal zo, daar kunnen we niets aan doen.
eensA2
مرّةً؛ (أداة تلطيف)
Kom eens langs als je tijd hebt.
eerderA2
أبكر؛ بالأحرى
Kun je morgen iets eerder komen?
eergisterenA1
أول أمس
Eergisteren was ik bij de dokter.
eerstA1
أولا
Ik ga eerst douchen.
eigenlijkA1
في الواقع
Eigenlijk vind ik het geen goed idee.
enigszinsB2
إلى حد ما قليلاً
Ik ben enigszins verbaasd.
ergA1
جدا؛ سيئ
Dat is erg vervelend.
ergensA2
في مكان ما
Mijn sleutels liggen hier ergens.
evenA1
لحظة، قليلا
Wacht even, ik kom eraan.
eveneensB2
كذلك (رسمي)
Haar broer studeert eveneens rechten in Leiden.
evenwelB2
بيد أن
De opzet is helder; de uitwerking evenwel niet.
gauwA1
قريبا
Tot gauw!
geenszinsB2
بأي حال من الأحوال
Wij zijn het daar geenszins mee eens.
geledenA1
منذ (مضى)
Ik ben drie jaar geleden naar Nederland gekomen.
genoegA1
كافٍ
Er is genoeg eten voor iedereen.
gisteravondA2
مساء أمس
Gisteravond hebben we lekker gegeten bij vrienden.

