المفردات
4598 كلمة · صفحة 170 من 184
de vriendA1
صديق
Hij is een goede vriend van mij.
صديق حميم، شريك
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
de vriendelijkheidB2
اللطف
Zijn vriendelijkheid viel meteen op.
de vriendenkringB2
دائرة الأصدقاء
Zijn vriendenkring is klein maar hecht.
de vriendinA1
صديقة
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
صداقة
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
de vriezerA2
مجمّد
Het brood ligt in de vriezer.
de vrijdagA1
الجمعة
Vrijdag werk ik thuis.
de vrijetijdsbestedingB1
نشاط وقت الفراغ
Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.
de vrijheidA2
الحرية
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.
de vrijstellingB2
إعفاء
Met dit certificaat krijg je vrijstelling.
de vrijwilligerA2
متطوع
Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.
de vrijwilligersorganisatieB2
منظمة تطوعية
De vrijwilligersorganisatie zoekt nieuwe leden.
het vrijwilligerswerkB1
عمل تطوعي
Zij doet vrijwilligerswerk in het buurthuis.
de vroegopsporingB2
الكشف المبكر
Vroegopsporing verhoogt de overlevingskans.
de vrolijkheidB2
المرح
De opmerking zorgde voor vrolijkheid.
de vrouwA1
امرأة
De vrouw leest een boek.
زوجة
Mijn vrouw werkt bij de gemeente.
de vruchtB1
ثمرة
De boom draagt elk jaar veel vruchten.
de vruchtbaarheidB2
الخصوبة
De vruchtbaarheid neemt af met de leeftijd.
de vulkaanB2
بركان
De vulkaan is al eeuwen niet actief.
de vullingB2
حشوة
De vulling is er weer uitgevallen.
het vuurA2
نار
We zaten 's avonds bij het vuur in de tuin.
het vuurwerkB1
ألعاب نارية
Met oud en nieuw kijken we naar het vuurwerk.
de waardeA2
قيمة
De waarde van het huis is gestegen.
de waarderingB1
التقدير
Hij kreeg veel waardering voor zijn werk.
de waardevermeerderingB2
زيادة القيمة
De waardevermeerdering van het huis was groot.

