المفردات
4598 كلمة · صفحة 166 من 184
de visserB2
صياد سمك
De vissers varen om vier uur uit.
het visumB1
تأشيرة
Mijn moeder heeft een visum nodig om ons te bezoeken.
de vitamineA2
فيتامين
In de winter slik ik extra vitamine D.
de vlaA1
كاسترد
Als toetje eten we vla.
de vlagA2
علم (راية)
Op Koningsdag hangt overal de Nederlandse vlag.
de vlaggendagB2
يوم رفع العلم الرسمي
Op een officiële vlaggendag hangt de vlag uit.
de vlakteB1
سهل (أرض منبسطة)
Vanaf de dijk zie je een grote groene vlakte.
het vleesA1
لحم
Zij eet geen vlees.
de vleugelB1
جناح
De vogel had een gebroken vleugel.
het vliegtuigA2
طائرة
Het vliegtuig vertrekt om zeven uur.
het vliegveldA2
مطار (مهبط طائرات)
We moeten twee uur voor vertrek op het vliegveld zijn.
de vlinderA2
فراشة
In de tuin vliegt een gele vlinder.
de vloedB2
المد
Bij vloed staat het water tot de dijk.
de vloerA1
أرضية
De vloer is nog nat.
de vloerbedekkingB2
غطاء الأرضية
De vloerbedekking wordt vervangen door hout.
de vloerverwarmingA2
تدفئة أرضية
In de badkamer ligt vloerverwarming.
de vluchtA2
رحلة جوّية؛ فرار
Onze vlucht naar Istanbul heeft twee uur vertraging.
de vluchtelingA2
لاجئ
De gemeente vangt vluchtelingen op.
het vluchtelingenverdragB2
اتفاقية اللاجئين
Het vluchtelingenverdrag dateert uit 1951.
de vluchtrouteB2
مسار الهروب
De vluchtroute staat op het plattegrondje.
de vluchtstrookB1
كتف الطريق
Sta alleen op de vluchtstrook bij pech.
het vochtB1
رطوبة؛ سائل
Door het vocht in de kelder ontstaat er schimmel.
de voedingB1
تغذية
Gezonde voeding is belangrijk.
het voedingsadviesB1
نصائح غذائية
De diëtist gaf mij voedingsadvies.
het voedingsmiddelA2
مادة غذائية
Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.

