المفردات
3981 كلمة · صفحة 154 من 160
de windstootB2
هبة رياح
Een windstoot blies de parasol om.
de winkelA2
متجر
De winkel is op zondag gesloten.
het winkelcentrumA2
مركز تسوق
Het winkelcentrum is net verbouwd.
de winkeldiefstalB2
السرقة من المتاجر
Winkeldiefstal wordt altijd gemeld bij de politie.
de winkelierA2
صاحب المتجر
De winkelier kent al zijn klanten.
de winkelketenA2
سلسلة متاجر
Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.
het winkelmandjeA2
سلة التسوق
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
het winkelpersoneelA2
موظفو المتجر
Het winkelpersoneel helpt je graag.
de winkeltijdenA2
أوقات عمل المتجر
De winkeltijden staan op de deur.
de winkelvloerB2
صالة المتجر
Zij begon op de winkelvloer.
de winkelwagenA2
عربة تسوق
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.
de winnaarA2
فائز
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
de winstB1
ربح
De winkel maakte dit jaar veel winst.
de winstdelingB2
تقاسم الأرباح
Werknemers krijgen hier winstdeling.
de winstmargeB2
هامش الربح
De winstmarge in deze sector is klein.
de winterA1
شتاء
De winter is hier nat en koud.
de wiskundeB2
الرياضيات
Wiskunde is voor dit profiel verplicht.
de wisselkoersB2
سعر الصرف
De wisselkoers is vandaag ongunstig.
de wisselwerkingB2
التفاعل الدوائي
Let op de wisselwerking tussen deze twee middelen.
de woedeB2
غضب
Hij kon zijn woede nauwelijks bedwingen.
de woensdagA1
الأربعاء
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de woestijnB2
صحراء
De woestijn breidt zich langzaam uit.
de wolB2
صوف
Wol is warm maar kwetsbaar in de was.
de wolkB1
سحابة
Er hangen donkere wolken.
de wondA1
جرح
Maak de wond eerst schoon.

