المفردات
4900 كلمة · صفحة 12 من 196
het baasjeB2
صاحب الحيوان
Het baasje moet de hond opruimen.
de baatB1
نفع
Veel patiënten hebben baat bij deze therapie.
de babbeltrucB2
خدعة كلامية
Ouderen zijn vaak slachtoffer van een babbeltruc.
de babyA1
طفل صغير
De baby slaapt nu.
de babyborrelB2
حفل استقبال المولود
Op de babyborrel waren veertig mensen.
de bachelorB2
بكالوريوس
Na je bachelor kun je doorstuderen.
de bacterieB2
بكتيريا
Niet elke bacterie is schadelijk.
het badA2
حمّام، مغطس
De kinderen gaan elke avond in bad.
de badkamerA1
حمام
De badkamer is boven.
de badkuipA2
حوض استحمام
In deze badkamer staat geen badkuip.
de bagageA2
أمتعة
Laat je bagage niet alleen achter.
de bakA2
صندوق، حاوية
Doe het oud papier in de blauwe bak.
de bakkerA2
مخبز
Ik haal brood bij de bakker.
de baksteenB2
طوب
Veel Nederlandse huizen zijn van rode baksteen gebouwd.
de balA1
كرة
De kinderen spelen met een bal in de tuin.
de balansB2
توازن
Zoek een goede balans tussen werk en rust.
de balieA2
مكتب الاستقبال
U kunt uw pakket ophalen bij de balie.
de baliemedewerkerB2
موظف الاستقبال
De baliemedewerker hielp mij snel.
de balkB2
عارضة خشبية
Het plafond rust op houten balken.
het balkonA2
شرفة
Op het balkon staan planten.
de ballonA2
بالون
Voor het feest blazen we wel honderd ballonnen op.
de banB1
سحر؛ حظر
Het boek kreeg veel aandacht en hield de lezers in de ban.
de banaanA1
موزة
Wil je een banaan?
de bandA2
إطار
Mijn band is lek.
het banenverliesB2
فقدان الوظائف
Automatisering kan leiden tot banenverlies.

