Je EigenRoute
دخولإنشاء حساب

المفردات

8 كلمة · صفحة 1 من 1

  • wassenA2شاذّ

    waste · wasten · hebben gewassen

    يغسل

    Ik moet nog kleren wassen.

  • weersprekenB2شاذّ

    weersprak · weerspraken · hebben weersproken

    ينفي، يناقض

    De feiten weerspreken zijn verhaal.

  • weggaanA2قابل للانفصالشاذّ

    ging weg · gingen weg · zijn weggegaan

    يغادر

    Wanneer ga je weg?

  • wetenA1شاذّ

    wist · wisten · hebben geweten

    يعرف

    Ik weet het niet.

  • wijzenB1شاذّ

    wees · wezen · hebben gewezen

    يشير (بإصبعه)

    Zij wees naar het huis aan de overkant.

  • willenA1شاذّ

    wilde · wilden · hebben gewild

    يريد

    Ik wil graag koffie.

  • winnenA2شاذّ

    won · wonnen · hebben gewonnen

    يفوز

    Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?

  • wordenA1شاذّ

    werd · werden · zijn geworden

    يصبح

    Hij wil dokter worden.


    (فعل مساعد للمبني للمجهول)

    De brief wordt morgen verstuurd.