المفردات
311 كلمة · صفحة 6 من 13
de verkoperA2
بائع
De verkoper hielp me met de maat.
de verkoudheidA2
الزكام
Een verkoudheid duurt meestal een week.
het verlangenB2
شوق، رغبة
Hij had een sterk verlangen naar huis.
het verledenB1
الماضي
In het verleden woonden hier vooral boeren.
de verlegenheidB2
الخجل
Zijn verlegenheid verdwijnt zodra hij over werk praat.
de verliefdheidB2
الوقوع في الحب
De eerste verliefdheid duurt zelden lang.
het verliesB1
خسارة
Het bedrijf maakte vorig jaar verlies.
het verlofB2
إجازة
Ze neemt na de geboorte drie maanden verlof.
de verlofdagB1
يوم إجازة
Ik neem morgen een verlofdag op.
de verloskundigeB2
قابلة
De verloskundige komt aan huis.
de verlovingB2
الخطوبة
De verloving werd op het feest bekendgemaakt.
het vermogenB2
ثروة
Het vermogen is ongelijker verdeeld dan het inkomen.
het vermogensbeheerB2
إدارة الثروات
Zij besteedt haar vermogensbeheer uit.
de vermogensbelastingB2
ضريبة الثروة
Over de vermogensbelasting wordt fel gediscussieerd.
de vermogensongelijkheidB2
عدم المساواة في الثروة
De vermogensongelijkheid is groter dan de inkomensongelijkheid.
de vermogensopbouwB2
تكوين الثروة
Een eigen huis draagt bij aan vermogensopbouw.
de veronderstellingB2
افتراض
Die veronderstelling blijkt onjuist.
de verontwaardigingB2
استياء
Het besluit leidde tot veel verontwaardiging.
de verouderingB2
الشيخوخة
Veroudering van het lichaam begint eerder dan je denkt.
de verpakkingA2
تغليف
De verpakking is van karton.
de verpleegafdelingB2
جناح التمريض
Op de verpleegafdeling gelden vaste bezoektijden.
het verpleeghuisB1
دار تمريض
Zijn moeder woont sinds vorig jaar in een verpleeghuis.
de verpleegkundigeA2
ممرض
De verpleegkundige komt zo bij u.
de verpleegsterA2
ممرضة
De verpleegster brengt elke ochtend mijn medicijnen.
de verplegerA2
ممرض (رجل)
De verpleger helpt de patiënt uit bed.

