المفردات
311 كلمة · صفحة 12 من 13
het voorwoordB2
تمهيد
In het voorwoord bedankt zij haar collega's.
de voorzieningB1
مرفق، خدمة
In de wijk zijn goede voorzieningen.
de voorzitterB1
رئيس (اجتماع)
De voorzitter opent de vergadering om acht uur.
de vorkA1
شوكة
Er ligt geen vork op tafel.
de vormB1
شكل
Deze tafel heeft een ronde vorm.
de vormgeverB2
مصمم جرافيك
De vormgever maakte de hele huisstijl.
de vormgevingB2
التصميم الشكلي
De vormgeving van het tijdschrift is vernieuwd.
de vorstB1
صقيع
Vannacht wordt er vorst verwacht.
عاهل، ملك
De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.
de vraagA1
سؤال
Mag ik u een vraag stellen over het formulier?
het vraaggesprekB2
حوار صحفي
Het vraaggesprek verscheen in de krant.
de vraagprijsB2
السعر المطلوب
De vraagprijs is niet realistisch.
de vraagstellingB1
صياغة السؤال
Let goed op de vraagstelling van de opdracht.
de vrachtwagenA2
شاحنة
Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.
de vrachtwagenchauffeurB2
سائق شاحنة
Er is een tekort aan vrachtwagenchauffeurs.
de vredeB1
سلام
Iedereen wil in vrede en veiligheid leven.
de vredesmissieB2
بعثة حفظ السلام
Nederland nam deel aan de vredesmissie.
de vriendA1
صديق
Hij is een goede vriend van mij.
صديق حميم، شريك
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
de vriendelijkheidB2
اللطف
Zijn vriendelijkheid viel meteen op.
de vriendenkringB2
دائرة الأصدقاء
Zijn vriendenkring is klein maar hecht.
de vriendinA1
صديقة
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
صداقة
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
de vriezerA2
مجمّد
Het brood ligt in de vriezer.
de vrijdagA1
الجمعة
Vrijdag werk ik thuis.
de vrijetijdsbestedingB1
نشاط وقت الفراغ
Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.
de vrijheidA2
الحرية
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.

